ouderschap
Er is een dag geweest waarin ik afscheid nam van wat ik onwetend miste. Die dag verstreek als ieder ander jaar de dag voorbij trok. We waren druk geweest. De voorbereidingen voor de avond waren in volle gang. Eten maken, huis aan kant voor de avond. Zijn er genoeg stoelen en waar hebben we ook al weer het extra bestek gelaten? En heb jij het vuurwerk weggezet, waar dan? Het knallen van het nieuwe werd het knallen van de champagnekurk. De glazen die we te schenken gingen krijgen was de dronk voor de rest van mijn leven. Hoog zwanger waren we vol van onwetendheid over wat zich na het vuurwerk om half vier zich aankondigde. Net in bed was ik snel in slaap gevallen. De kleine woordjes wekten me. ‘Het is zover’.
Binnen een half uur was jij het die me vader maakte. De levensstreng doorgeknipt heb ik je gewassen en met je handjes en beentjes over mijn gezicht gestrengeld sliepen jij en ik onze eerste slaap. Jij bent het die me het ouderschap schonk en ik ben trots dat jij het bent die mijn zoon mag zijn. Je de wereld mogen dragen is mij het geschenk van de tweede natuur. ‘Gedragen ben je, op de hand van je vader. Ik neem je mee in de vorm van mijn water’. ‘Laaf je aan haar borst. Geborgen is ons het koesteren. Dat de kracht van de bron je ter voeding mag zijn’. ‘Samen’ zijn wij een eenheid, en hierbinnen is elk van ons in ruimte met de ander. Jij bent het die ik koester. En wanneer het tijd is je uit mijn schoot te helpen zal ik er zijn. Dat ik je mag schenken wat jij als eigen te ervaren krijgt.